Het Surinaamse voetbalelftal op vliegveld Schiphol. Uiterst links bondscoach Dean Gorré en derde van rechts, in het zwarte T-shirt, Dimitrie Apai (foto Sportmedia Nederland)

Sportmedia Nederland volgde deze zomer het Surinaamse nationale voetbalelftal in Nederland. Het leverde onder meer dit verhaal op.


Van Trinidad, naar Beerschot, naar molenaar Klaas en naar Malta

“Het is voor mij de eerste keer dat ik in Nederland ben”, vertelt Dimitrie Apai bij voetbalvereniging Pancratius in Badhoevedorp. De goedlachse aanvalsleider van het Surinaamse nationale elftal arriveerde een paar dagen terug op Schiphol. In een tijdsbestek van enkele weken werkt hij een uitgebreid reisschema af: Apai’s voetbaldroom moet na Suriname en Trinidad en Tobago in Europa een vervolg krijgen.

Zijn overgang van S.V. Transvaal in Paramaribo naar W Connection werd in 2014 beklonken. Sindsdien speelt hij in de TT Pro League, het profniveau op Trinidad en Tobago. Met de nationale selectie beleeft de Surinamer nu een trainingskamp op Nederlandse bodem.

De trip moet de jonge groep uit Suriname beter maken en tonen aan Europese scouts. “Tactiek. Dat woord kende ik niet eens voordat ik bij W Connection speelde”, zegt de spits. In Nederland speelt de 25-jarige aanvoerder met zijn landgenoten drie oefenwedstrijden: bondscoach Dean Gorré wil zijn elftal ervaring laten opdoen met Europese speelwijzen. Als voorbereiding op de eerste wedstrijden voor de CONCACAF Nations league. Deze nieuwe competitie start later dit jaar.

De Surinaamse voetbalbond heeft op de langere termijn een ander doel: het WK halen. Gorré grijpt elk persmoment aan om die ambitie te benoemen. De gewenste oogst van het trainingskamp is niet alleen betere spelers, een Europese transfer voor spits Apai is minstens zo belangrijk.

Voetbal als wekker in Suriname
“Ik ben geboren en getogen in Latour. Dat is een stadsdeel in Paramaribo, ten zuidwesten van het centrum”, zegt Apai over zijn roots. Een schoolerf in dat stadsdeel was zijn eerste leerschool, hij voetbalde daar elke dag. Felle zon of niet. “Toen al was voetbal mijn wekker, mijn brandende passie.” Soepel doorliep hij de jeugdteams van de nationale selecties, op zijn negentiende volgde zijn overgang naar het buitenland.

Bij zijn debuut voor het nationale team, in 2013 tegen Bonaire, scoorde hij zijn eerste interlandgoal. Dat doelpunt tilde de eindstand naar 2-0. Zes jaar later zijn het er twee, gescoord in zeventien wedstrijden. De jongensachtige, bewegelijke spits is inmiddels een belangrijkste drager van de Surinaamse nationale ploeg.

Stage in België
Een zomerstage bij Koninklijke Beerschot Voetbalclub Antwerpen viel de aanvaller kort voor het Hollandse trainingskamp ten deel. Bij de club van trainer Stijn Vreven maakte hij kennis met de wetten van het Europese voetbal. Leuk hoor, dat rustige aannemen en draaien aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Apai kreeg het zwaar te verduren en een contract in België zat er nog niet in. Hij verliet de stage met een serie tackles die hij in de verste verte niet zag aankomen.

Hoe hoopvol is zijn Europese droom? Blijft hij voorlopig zijn krachten meten tegen clubs als Central FC, Deportivo Saprissa, CS Moulien, Point Fortin Civic F.C., St. Ann’s Rangers en Point Fortin Civic?

Voor Dean Gorré geniet hij een status aparte, waarvan de bondscoach er meer wil hebben. Apai hééft een profcontract in een land buiten Suriname, daarmee behoort hij tot het handjevol uitzonderingen. Achttien namen uit de 22-koppige selectie staan nog ingeschreven bij een club in de hoogste Surinaamse divisie. Amateurbasis dus. In Suriname werken de spelers naast die amateurstatus bij telecombedrijven, storten ze in de bouw of studeren ze.

Het Surinaamse voetbalelftal op vliegveld Schiphol. Uiterst links bondscoach Dean Gorré en derde van rechts, in het zwarte T-shirt, Dimitrie Apai (foto Sportmedia Nederland)

Het Surinaamse voetbalelftal op vliegveld Schiphol. Uiterst links bondscoach Dean Gorré en derde van rechts, in het zwarte T-shirt, Dimitrie Apai (foto Sportmedia Nederland)

Apai: “Ik train tijdens mijn vakanties bij S.V. Transvaal en met bondscoach Gorré voor de bond. Waar ik kan helpen, probeer ik andere Surinaamse spelers te educaten met mijn kennis, snapt u? Ik moet toegeven dat het gebrek aan tactische training het grootste probleem van het Surinaamse voetbal is.”

‘Het Jonge Schaap’ op de Zaanse Schans
Het programma van het Nederlandse trainingskamp kent ook een meet and greet op Kwaku festival in de Amsterdamse Bijlmer, een cultureel bezoek aan de Zaanse Schans en een kennismaking met de Amsterdam Arena. Waar de selectie, tegen de wil van een beveiliger in, Andre Onana, Daley Blind, Donny van de Beek en Quincy Promes ontmoet.

Winderig en bewolkt is het in de Zaanstreek. Met handen in de zakken en een glimlachend gelaat stapt Apai op de boot van Windmill Cruises, de officiële Zaanse Schans cruise. Daarop wacht de selectie zacht verse appeltaart met slagroom, stroopwafels en chocolademelk in ovaalvormige, donkergele mokken. Houtzaagmolen ‘Het Jonge Schaap’ is het hoofddoel in het programma van de dag.

‘Natio’ bij de opstap voor de rondvaart op de Zaanse Schans (foto Sportmedia Nederland)

‘Natio’ bij de opstap voor de rondvaart op de Zaanse Schans (foto Sportmedia Nederland)

Omringd door stapels gezaagd iep en lariks hout hangt ‘Natio’ – de Surinaamse bijnaam van de selectie – aan de lippen van Klaas. “Hé, hááártstikke welkom bij onze zaagmolen, mijn naam is Klaas. Ik ben een van de molenaars hier.” Zijn beige tuinbroek en legergroene T-shirt onthullen de natuurman. Het aardappelronde en sympathieke gezicht doet de rest. De molenman steekt van wal over ‘Het Jonge Schaap’. “Deze molen draaide vanaf de Gouden Eeuw tot 1935, in de economische crisis van toen was er geen geld voor een verplaatsing.” De voltallige selectie luistert, tegen een achtergrond van andere molens en karakteristiek gedecoreerde oeverhuisjes. Aandachtig wendt de captain van het elftal zijn hoofd van de molenaar naar de molen.

Molenaar Klaas vertelt het Surinaamse elftal over houtzaagmolen ‘Het Jonge Schaap’. Middenin de groep, met zwarte Nikes, staat Dimitrie Apai (foto Sportmedia Nederland)

Molenaar Klaas vertelt het Surinaamse elftal over houtzaagmolen ‘Het Jonge Schaap’. Middenin de groep, met zwarte Nikes, staat Dimitrie Apai (foto Sportmedia Nederland)

Touwtrekkende ‘Natio’
“Ingenieur Anton Sipman maakte tekeningen van de oorspronkelijke molen, daarmee werd deze als het ware opnieuw gebouwd. Met de hand.” Ironisch genoeg vertelt Klaas ook dat de Gamma daar niet bij aan te pas kwam. “Met een gekke bek zeg ik altijd: het is een spiksplinternieuwe oude molen”, gaat hij verder. De voetballende bezoekers uit de tropen zien het exemplaar volledig functioneren. Dat gaan ze weten ook.

Gastvrij nodigt Addie, de tweede molenaar, het elftal uit om te helpen boomstammen naar binnen te trekken. “Ik wil de tien sterksten van het elftal bij elkaar hebben. Zij moeten aan een touw trekken.” Alsof het normaalste zaak van de wereld is, kijkt Apai toe, naar zijn teamgenoten die touwtrekkend tekeergaan.

Spelers van Robinhood, Leo Victor, Inter Moengotapoe en SV Transvaal sjorren aan een scheepstouw in een Hollandse houtzaagmolen.

Addie sluit de samenkomst in de molen ook af. “Ik was verbaasd over het feit dat jullie op tijd waren. Die komen vast veel later, dacht ik. En nu begrijp ik pas dat jullie hier niet alléén voor Kwaku komen. Ik wil jullie alvast heel veel succes wensen met de oefenwedstrijden. Jaja, ik weet heus wel dat Kwaku van origine een voetbalfeest is.” De heren van ambacht zijn vereerd met de Surinaamse groep, zeggen ze later.

“Ik stelde heel veel vragen aan de molenaars. Wind geeft energie: je hebt geen stroom nodig. Zolang de wind waait, heb je energie. Dat vind ik…. Wowwww! Ik wilde nog veel meer weten”, aldus Apai over de Zaanse Schans.

‘Natio’ trekt aan het trouw in de houtzaagmolen. Molenaar Addie helpt helemaal links mee (foto Sportmedia Nederland)

‘Natio’ trekt aan het trouw in de houtzaagmolen. Molenaar Addie helpt helemaal links mee (foto Sportmedia Nederland)

Net geen Verenigde Staten, Jamaica en Costa Rica
Bijna was hij deze zomer ook nog in de gastlanden van de Gold Cup 2019: de Verenigde Staten, Jamaica en Costa Rica. Daar waar Curaçao stuntte op dat internationale podium met het bereiken van de kwartfinales, strandden de Surinamers in het zicht van de kwalificatiehaven. Eén punt kwamen ze te kort voor plaatsing in het eindtoernooi voor landen uit Noord-Amerika en het Caribisch gebied.

Voor Nederlands Surinaamse voetballers is het nog niet mogelijk een sportpaspoort voor de Surinaamse staat te verkrijgen. Aanvragen stammen al uit de tijd van Gorré’s actieve voetbalcarrière. “Ik was daar toen al mee bezig, ik had dolgraag voor Suriname willen spelen”, deelt de bondscoach. De Surinaamse overheid ziet er nog steeds geen heil in. Curaçao kent het sportpaspoort wel. “Zodra Suriname ook een dubbel sportpaspoort bij wet regelt, ben ik ervan overtuigd dat wij een beter elftal dan Curaçao opstellen. In Europa spelen heel veel goede spelers met een Surinaamse achtergrond”, vervolgt de bondscoach. Hoe lang zou Apai dan nog voor ‘Natio’ spelen?

In Nederland zag de aanvaller zwiepende wieken en oranjegroene oeverwoningen tegen een achtergrond van landerijen. In een uitgekiende polderinfrastructuur. Ook maakte hij kennis met een voor hem nieuw voetbalfenomeen: kunstgras. Zijn ‘Natio’ verloor bij Almere City met 2-0. Vier dagen later hielden ze SC Telstar in Velsen-Zuid op 1-1. De laatste wedstrijd van het trainingskamp werd met 2-3 gewonnen bij de Rotterdamse zondag hoofdklasser R.K.S.V. Leonidas. Apai speelde in alle duels mee en kwam één keer tot score.

Mosta op Malta werd de volgende voetbalbestemming voor hem: na het Nederlandse trainingskamp reisde hij af naar het eiland in de Middellandse Zee. Voor een testwedstrijd bij FC Mosta.

Dimitrie Apai, prijswinnend in het shirt van W Connection

Dimitrie Apai, prijswinnend in het shirt van W Connection (foto uit het persoonlijke archief van Dimitrie Apai)